Kniepertjes en rolletjes

Nieuwjaarstraktatie uit het Oosten en Noorden. Het platte kniepertje symboliseert het oude jaar als een uitgelezen boek: het heeft geen verrassingen meer. Het nieuwe jaar is het rolletje, het moet zich nog ontvouwen.


DIT HEB JE NODIG:
200 g roomboter
500 g boekweitmeel
250 g witte basterdsuiker
250 g gewone kristalsuiker
1 zakje vanillesuiker
3 eieren
4 à 5 el lauw water

ZO GA JE TE WERK:
  1. Om kniepertjes te bakken heb je een speciaal elektrisch ijzer of een ouderwets ijzer nodig. Bereid het deeg een dag van tevoren.
  2. Smelt de roomboter in een pannetje en laat iets afkoelen.
  3. Meng het boekweitmeel met de suikers en schenk er de gesmolten roomboter bij.
  4. Meng met een houten lepel zodat er een kruimelig deeg ontstaat.
  5. Voeg dan een voor een de eieren toe en roer stevig door.
  6. Voeg enkele eetlepels lauw water toe om een deeg te maken met een structuur waar je nog balletjes van kunt rollen. Laat het deeg een nacht opstijven in de koelkast.
  7. Rol de volgende dag van het deeg balletjes van ongeveer 2-3 centimeter doorsnee.
  8. Leg telkens een balletje in het midden van het voorverwarmde (en iets ingevette) wafelijzer, knijp het ijzer dicht en bak het kniepertje in ongeveer een minuut lichtbruin.
  9. Haal de kniepertjes uit het wafelijzer en leg ze op een plank om een paar minuten af te koelen tot ze hard zijn. Kniepertjes kan je goed bewaren in een luchtdichte trommel, maar ze moeten dan wel eerst volledig afgekoeld zijn.

Gebruik voor rolletjes het basisrecept van de kniepertjes, maar voeg wat extra water toe om een vloeibaar beslag te krijgen. Bij het beslag van de rolletjes wordt ook vaak een snuf kaneel- of steranijspoeder toegevoegd. Rol het zachte, maar hete kniepertje direct na het bakken om een houten stokje tot een rolletje. Het vergt enige oefening om een mooi en egaal rolletje te krijgen. Na het afkoelen van het rolletje kan je er slagroom in spuiten. Serveer dan direct.